Kattenziekte uitbraak in Nederland

Het belang van vaccineren tegen kattenziekte

Het kattenziektevirus (feline panleukopenievirus, FLPV) komt wijdverspreid voor en wordt de laatste jaren steeds vaker
gediagnosticeerd. Zieke katten scheiden grote hoeveelheden virus uit met de feces en besmetting gebeurt via de
fecaal-orale weg. Indirect contact is de meest voorkomende infectieroute en kattenziekte kan ook worden overgedragen
via schoenen en kleding. Dus ook ‘binnenkatten’ lopen risico. Kattenziekte treft katten van alle leeftijden, maar kittens
zijn het gevoeligst. Daarnaast is het kattenziektevirus zeer resistent en kan het buiten de kat tot 12 maanden overleven.
Geïnfecteerde katten scheiden virus uit tot 6 weken na klinisch herstel.
Kortom: vaccineren tegen kattenziekte is voor alle katten belangrijk.
Symptomen
Kattenziekte heeft een incubatietijd van 2 tot 10 dagen en is herkenbaar aan onder andere een sterke leukopenie,
anorexie, apathie en braken, 2-4 dagen later gevolgd door diarree. Het kattenziektevirus vermeerdert zich vooral
in sneldelende cellen. Een kitten kan al in utero besmet zijn als de moederpoes tijdens de dracht een (subklinische)
infectie doormaakt of tijdens de dracht wordt gevaccineerd met een levend kattenziektevaccin. Bij kittens ziet men
soms cerebellaire ataxie.
LET OP: LEVENDE KATTENZIEKTEVACCINS NOOIT TOEDIENEN AAN
DRACHTIGE POEZEN OF AAN KITTENS JONGER DAN 4 WEKEN1.
Diagnose
Het feline panleukopenievirus (FPLV) is een parvovirus. Het is nauw verwant aan het canine parvovirus. Commerciële
parvo sneltesten voor honden kunnen worden gebruikt om FPLV bij katten vast te stellen. De betrouwbaarheid van
deze testen is goed2, mits u het volgende in gedachten houdt:
• Bij dieren die gevaccineerd zijn, kan de test vanaf 3 tot 10 dagen na vaccinatie licht positief zijn3.
• Bij dieren in het peracute stadium kan de test negatief uitvallen, omdat deze katten nog geen of onvoldoende
virus uitscheiden in hun feces.
Gespecialiseerde laboratoria kunnen met een PCR FPLV aantonen in feces of bloed. Serologische testen (testen op
antistoffen) worden niet aangeraden, aangezien ze geen onderscheid maken tussen infectie en vaccinatie.
Behandeling van kattenziekte
De prognose is matig. Katten die de eerste 5 dagen overleven zonder ernstige complicaties hebben een redelijke kans
op herstel, ook al kan dit weken duren. Een symptomatische behandeling met vloeistoftherapie is belangrijk. Aangezien
er bij FPLV sprake is van leukopenie wordt antibioticum-therapie aangeraden. Bij enteritis is een parenterale toediening
van breedspectrum antibiotica tegen Gram-negatieve en anaërobe bacteriën essentieel om sepsis te voorkomen.
Feline recombinant interferon omega is hoogstwaarschijnlijk effectief.
Hygiëne en management
Verdachte of bevestigde gevallen van kattenziekte dienen in isolatie gehouden te worden. Zorg dat de omgeving en
kattenbak(ken) grondig gereinigd worden. Pas daarna vindt desinfectie plaats! Voor desinfectie bij kattenziekte wordt
natriumhypochloriet (= bleekwater) of kaliumperoxymonosulfaat geadviseerd1.

Preventie van kattenziekte: vaccinatie
Vaccinaties tegen kattenziekte geven een goede en langdurige bescherming tegen ziekte en infectie. Levende
kattenziektevaccins hebben de voorkeur omdat zij eerder door de maternale immuniteit heen breken en omdat zij een
langdurige immuniteit geven.
VACCINATIERICHTLIJNEN4 GEVEN AAN DAT KATTENZIEKTE EEN
‘CORE’ VACCINATIE IS. ALLE KATTEN – DUS OOK ‘BINNENKATTEN’ – DIENEN
DAAROM GEVACCINEERD TE WORDEN TEGEN KATTENZIEKTE.
Adviesvaccinatieschema
Leeftijd Vaccinatieadvies tegen kattenziekte
8-9 weken samen met niesziekte
12-13 weken samen met niesziekte
12 maanden samen met niesziekte
2e levensjaar alleen niesziekte
3e levensjaar alleen niesziekte
4e levensjaar 3 jaarlijkse hervaccinatie kattenziekte en niesziekte
Etc.
a. In Nederland zijn geen kattenziektevaccins geregistreerd voor katten jonger dan 8 weken leeftijd.